Show Menu

Voor de les begint eerst het volkslied zingen!

Vandaag ga ik naar Pieter in St Albert bij Edmonton. Van zijn vader heb ik een brief gevonden tussen oude papieren bij mijn moeder. In de brief beschrijft hij hoe lastig het is in Canada een leven op te bouwen. De brief is geschreven in 1971, na onze terugkeer naar Nederland. Mijn zusje Wendy was net geboren en ik denk dat mijn moeder toen naar alle vrienden en kennissen in Canada een geboortekaartje heeft gestuurd. Voor sommige vrienden was het de eerste keer dat ze van ons hoorden na ons vertrek.

Het is een mooie brief van de vader van Pieter. Hij beschrijft hoe het voor veel mensen moeilijk is werk te vinden en dat hij het geluk heeft een baan te hebben. Ook schrijft hij dat hij vindt dat het systeem in Canada wel verbeterd kan worden en dat werklozen veel beter opgevangen zouden moeten worden. Hij drijft een beetje de spot met zichzelf dat het wel lijkt alsof hij net naar een socialistische conferentie in Helsinki is geweest. Ik moet als ik dit lees erg aan mijn vader denken. Hij was socialist in hart en nieren en zou het eens zijn geweest met de vader van Pieter

Ook bedenk ik mij dat het begin jaren ’70 inderdaad heel lastig was om werkloos te zijn in Canada. Een fatsoenlijke uitkering was er kennelijk toen nog niet, nu inmiddels wel. “Je moet je bedenken dat Canada een heel jong land is. Nog niet alles is goed ontwikkeld.” zegt Pieter.

Pieter was 2 jaar oud toen hij met mij op de boot naar Canada zat. Logisch dat hij zich niet veel herinnert van de tocht. Als 5-jarige toen herinner ik mij ook heel weinig. Hij weet wel veel van de geschiedenis van zijn familie en is duidelijk trots op zijn ouders, dat zij de oversteek hebben gemaakt en het hier goed hebben gehad.

Zijn ouders hebben het niet makkelijk gehad tijdens de eerste jaren in Canada en dat heeft Pieter gemerkt als klein jongetje. Ze zijn in Ontario gebleven en woonden in Toronto in een huurhuis. Pieter vertelt hoe zijn moeder kadootjes voor hen maakte voor feestdagen en hoe hard zijn vader werkte en ook nog verdere opleidingen deed om een betere baan te vinden. Ook de vader van Pieter was architect, net als mijn vader. Emigreren naar Canada was populair onder architecten.

Pieter woont nu net buiten Edmonton. Het ziet er allemaal echt Canadees uit, ook binnen merk ik niet meteen dat hij in Nederland is geboren. Hij wijst mij op wat spullen aan de wand die uit zijn geboorteland komen en dat hij nog steeds naar de Nederlandse winkel gaat om stroopwafels te kopen of hagelslag.

Zijn woning is groot, het staat in een rustige straat en buiten zie ik een krantenjongen rondlopen. Dit is wat ik mij voorstel bij een Canadese buitenwijk in een grote stad. Het doet mij denken aan Leidsche Rijn in Utrecht, maar dan wel veel ruimer opgezet. Er is in Canada tenslotte ook veel meer ruimte. Hoogbouw hebben ze eigenlijk niet nodig, want er is grond genoeg.

Ook al woont hij niet midden in het bos, zoals Terry, toch heeft ook hij dieren in de achtertuin. De katten zijn binnenkatten, want als ze buiten zouden lopen dan zouden ze het mogelijk niet overleven. Het hondje van vrienden is meegenomen door een grote sneeuwuil en zag er kennelijk uit als een lekker hapje. Cayotes lopen over de speeltuin achter het huis van Pieter, dus ook daar is het soms opletten op je hond. Als Nederlander denk je daar niet over na. Katten lopen rustig buiten en honden lopen makkelijk vrij rond. Cayotes en sneeuwuilen hebben we niet in Utrecht.

Als ik zo met Pieter praat merk ik dat hij echt Canadees is en misschien was dat met mij ook wel zo gegaan. Als je zo jong emigreert dan is dat logisch. Nederlands spreekt hij nauwelijks. Zijn ouders hebben ook altijd Engels gesproken na hun emigratie. Als je emigreert moet je je ook volledig aanpassen en dan hoort de taal daarbij, vonden zijn vader en moeder.

Aan het eind van het interview raak ik ook even in gesprek met Kelly, de vrouw van Pieter. Ze is lerares op een lagere school. Meteen doet mij dat denken aan mijn dagen op de lagere school in Canada. Elke ochtend moesten we het volkslied zingen voordat de klas begon. De tekst die ik mij nog herinner is alleen nog ‘O Canada’. Pieter en zijn vrouw lachen en zeggen dat dat ongeveer ook de volledige tekst is. Nog steeds zingt Kelly dagelijks het volkslied met haar leerlingen voor de schooldag begint. “Om respect te tonen”, zegt ze, “aan alle mannen die ook in de oorlog hebben gevochten om de vrijheid te behouden.”

Als ik weer onderweg ben naar het motel waar we verblijven realiseer ik mij opnieuw hoe zwaar het moet zijn geweest voor veel Nederlanders om in Canada een bestaan op te bouwen. Ik ben blij dat het de ouders van Pieter is gelukt.

<span>%d</span> bloggers liken dit: