Show Menu

Een zwarte beer in je achtertuin.

Vancouver Island was prachtig, maar beren en poema’s heb ik niet gezien. Achteraf vind ik dat jammer, held dat ik er ben. Van tevoren maakte ik mij toch een beetje zorgen. Beren en poema’s komen liever niet bij mensen in de buurt tenzij er voedsel te halen valt en iedereen lijkt zich behoorlijk aan de regels te houden, dus valt er niets te halen voor de dieren. Maar niet getreurd, ik heb wel iets van wildlife gezien, namelijk een bananenslak in het regenwoud! En niet te vergeten een bold eagle van heel veraf bij de haven terwijl we stonden te wachten op de Ferrie! Ook heb ik gemerkt waarom het een regenwoud is. Als het regent, regent het goed en lang.

Ik ben naar het eiland gekomen om Terry te bezoeken. Hij was net als ik 5 jaar oud toen we allebei op de SS Maasdam zaten om te emigreren. Alleen is hij met zijn familie in Canada gebleven en ben ik teruggegaan. Zijn vader is helaas overleden, maar Terry zit vol verhalen. Hij herinnert zich veel meer dan ik over de bootreis.

Ik herinner mij alleen de bruinvissen en dat mijn zus zeeziek is geworden. Terry vertelt mij dat hij met z’n twee broers spelletjes deed op het dek en ook Engelse les kreeg. Ik heb meteen navraag gedaan bij mijn moeder en zij vertelt dat mijn zus en ik geen Engelse les hebben gehad op de boot. Dat past ook wel in mijn herinnering dat ik niets kon verstaan van de juf op mijn eerste dag school in Welland.

Terry woont mooi middenin het bos vlakbij Victoria. In zijn achtertuin ziet hij soms een zwarte beer voorbij sjokken. Ik woon in Utrecht ook tussen de bomen, maar beren zie ik niet, wel vogels, pissebedden, mieren, spinnen, toeristen, honden en hun baasjes en zo nu en dan een alcoholist op een bankje. Ik merk bij mijzelf dat ik een beetje jaloers ben. Het lijkt mij geweldig om zo’n huis te hebben als Terry.

Ik ben voor het eerst in mijn leven nu aan de westkant van het land. Mijn ouders zijn in Ontario gebleven waar het toen een slechte tijd was om werk te vinden als architect. Nu ik in het westen van Canada ben vraag ik mij af waarom ze toen niet hier naartoe zijn gekomen. Ik hoor tot nu toe van alle Hollanders die ik spreek dat het in het westen makkelijker was om werk te vinden.

De eerste dag in Vancouver drinken we koffie bij een kleine lunchroom. We raken in gesprek met de eigenaar. Hij komt uit Armenië en vertelt dat hij veel in Dubai heeft gewerkt met Hollanders en Duitsers. Hij is naar Canada gekomen, omdat zijn vrouw dat ook wilde. Nu runnen ze een lunchroom. Hier, vertelt hij, stikt het van de Nederlanders. Canadezen vinden het prettig met ze te werken. Ze werken hard, niet zo hard als Duitsers, maar alsnog. Ze hebben humor en zeuren niet.

Ik moet aan hem terugdenken als we op een camping staan in Pacific Rim Park Ook wij komen ook overal Hollanders tegen. Als we terugkomen van de afwas ontmoeten we een ouder stel. De vrouw spreekt ons aan en vraagt waar wij vandaan komen. “Hollanders, ja dat dacht ik al te horen. Ik kom ook uit Holland. Ben hier naartoe gekomen toen ik 8 jaar oud was.” Haar partner is een Amsterdammer. Ze wonen hier nu al jaren en willen nooit meer terug naar Nederland. “Nee, zegt ze, het is hier veel ruimer.” En, ja ik moet toegeven dat als je hier honderden kilometers rijdt, je bijna geen woning tegenkomt. Het is hier zeker ruim en erg mooi.

<span>%d</span> bloggers liken dit: